De staatssecretaris van fiscaliteit, belastingdienst en douane zegt de Kamer, naar aanleiding van een vraag van het lid Van der Goot (OPNL), toe dat de regering vóór de zomer van 2026 met een inhoudelijke reactie komt op de aanbevelingen van het Benelux-parlement over grensoverschrijdend telewerken en dat deze aanbevelingen actief worden opgepakt met het instellen van een Benelux-brede en multilaterale werkgroep, bemenst door vertegenwoordigers van Financiën uit de lidstaten.
| Nummer | T04120 |
|---|---|
| Status | openstaand |
| Datum toezegging | 18 november 2025 |
| Deadline | 1 juli 2026 |
| Verantwoordelijke(n) | Staatssecretaris van Financiën |
| Commissie | commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) |
| Soort activiteit | Plenaire vergadering |
| Categorie | brief/nota |
| Onderwerpen | Benelux parlement grensoverschrijdend telewerken werkgroep |
| Kamerstukken | Miljoenennota 2026 (36.800) |
Handelingen I 2025/2026, nr.8, item 3 – blz. 28. |
De heer Van der Goot (OPNL):
(...)
"Het Benelux-parlement heeft tijdens de plenaire zitting in maart 2025 een aanbeveling aangenomen om de fiscale regels van flexwerken of telewerken aan te passen en waar mogelijk gelijk te trekken met de sinds 1 juli 2023 geldende regels voor de sociale zekerheid. Dat vraagt onder meer om nadere afstemming of synchronisatie van de definities tussen deze rechtsgebieden. Tot nog toe heeft het Comité van Ministers van de Benelux nog niet op de aanbeveling gereageerd. Omdat Nederland in 2026 voorzitter wordt van het Comité van Ministers van de Benelux Unie, dringt mijn fractie erop aan dat Nederland in zijn rol als voorzitter van het Comité van Ministers zich ten eerste ervoor zal inspannen dat de Benelux-landen voor 1 juni 2026 zullen komen met een inhoudelijke reactie op de aanbevelingen van het Benelux-parlement inzake grensoverschrijdend telewerken. Ten tweede dringt mijn fractie erop aan dat het kabinet bereid is deze aanbevelingen in 2026 actief aan te pakken, bijvoorbeeld met het instellen van een Benelux-brede en multilaterale werkgroep zoals voorgesteld in de aanbevelingen. Ik hoor graag of de staatssecretaris dit kan toezeggen. In tweede termijn overwegen mijn collega Bovens van het CDA en ik hierover een motie in te dienen."
Handelingen I 2025/2026, nr.8, item 11 – blz. 30.
Staatssecretaris Heijnen:
(...)
"De heer Van der Goot vraagt of Nederland zich gaat inspannen om de Benelux-landen te laten komen met een reactie op de eerdere aanbeveling inzake grensoverschrijdend telewerk en of het kabinet bereid is om dit actief op te pakken met een multilaterale werkgroep voor thuiswerkende grenswerkers. De heer Van der Goot weet dat dit dossier mijn bijzondere aandacht heeft. Ik zal er dan ook persoonlijk op toezien dat er voor de zomer, als ik er dan nog zit, een inhoudelijke reactie komt op de Benelux-aanbevelingen.
Ook steun ik de oproep om een werkgroep vanuit het Benelux-parlement in te stellen die zich bezig zal houden met thuiswerkende grenswerkers. Deze specifieke groep wordt hier weleens vergeten. De grensarbeidersregeling is mooi, maar die grensarbeiders werken op dit moment thuis. Dat is het probleem. Daar zitten landen op dit moment anders in. Dan doel ik op Nederland, België en Duitsland. Ik vind het dus belangrijk — de heer Van der Goot weet dat — om de positie van grenswerkers die willen thuiswerken te verbeteren, zodat zij ook één, twee of misschien zelfs tweeënhalve dag per week thuis kunnen werken zonder fiscale gevolgen, net als de werknemers die in hetzelfde land wonen en werken, zoals dat op dit moment voor de sociale zekerheid geldt. Dat is wat ons betreft, wat Nederland betreft, het uitgangspunt. Eigenlijk zou dat gelijkgetrokken moeten worden. Daarom is het ook goed om multilateraal te bezien waar er nog kansen liggen. Het bespreken van die problemen binnen de Benelux kan daarom enorm nuttig zijn. We pakken dit dus op en gaan ermee aan de slag."
Handelingen I 2025/2026, nr.8, item 3 – blz. 40.
De heer Van der Goot (OPNL):
(...)
"Ook een woord van dank aan de staatssecretaris over ons verzoek om in het kader van de Benelux aan de slag te gaan met de aanbevelingen van het Benelux-parlement. Met alles wat daar gezegd is, ben ik het van harte eens. Ik zie misschien één klein misverstandje. Om te voorkomen dat dat verkeerd in de toezegging terechtkomt, vraag ik even aandacht voor de passage waarin wordt gezegd dat het parlement had opgeroepen tot het instellen van een werkgroep vanuit het Benelux-parlement. Dus dan zou het weer bij ons terugkomen. Dat was uiteraard niet de bedoeling, want wij willen ervan af. Ik zie de staatssecretaris al knikken. Het was inderdaad bedoeld als werkgroep bestaande uit leden uit de lidstaten, ambtelijk ondersteund door het orgaan van de secretaris-generaal. Persoonlijk hoop ik natuurlijk dat de staatssecretaris dit allemaal mag meemaken, maar net als de staatssecretaris deel ik de gedachte dat een snel nieuw kabinet zeer welkom is."
Handelingen I 2025/2026, nr.8, item 11 – blz.42.
Staatssecretaris Heijnen:
(...)
Dan vraagt de heer Van der Goot wat ik precies bedoel met een commissie. Ik kan hem geruststellen: ik bedoel het zoals de heer Van der Goot het ook aangaf. Dan heb ik het over het initiatief vanuit het Benelux-secretariaat. De commissie zal worden bemenst door mensen van Financiën uit de diverse lidstaten. Zij worden daarbij ambtelijk ondersteund.
Brondocumenten
-
voortzetting behandeling Verslag EK 2025/2026, nr. 8, item 11
-
behandeling Verslag EK 2025/2026, nr. 8, item 3
-
18 november 2025
toezegging gedaan