Herdenking van de heer Van Hulten



Verslag van de vergadering van 10 maart 2026 (2025/2026 nr. 20)

Aanvang: 13.32 uur

Status: ongecorrigeerd

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Aan de orde is de herdenking van het oud-Eerste Kamerlid de heer dr. M.H.M. van Hulten (PPR).


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De voorzitter:

Aan de orde is de herdenking van het oud-Eerste Kamerlid de heer dr. M.H.M. van Hulten. Ik verzoek de leden en alle overige aanwezigen in de zaal en op de publieke tribune die daartoe in de gelegenheid zijn te gaan staan.

Collega's. Wij hebben de goede gewoonte om oud-leden die ons zijn ontvallen hier te herdenken. Vandaag gedenken wij Michel van Hulten, die op 1 december 2025 op 95-jarige leeftijd is overleden. Hij was anderhalf jaar lid van de Eerste Kamer namens de PPR, van 25 mei 1971 tot 7 december 1972.

Ik heet ook zijn familie van harte welkom bij deze herdenking.

Michael Henricus Maria van Hulten werd op 9 maart 1930 geboren in Salemba, Nederlands-Indië. Dat was gisteren precies 96 jaar geleden. Hij studeerde sociale geografie aan de Gemeentelijke Universiteit in Amsterdam. Via een uitwisselingsproject met de Universiteit van Warschau en het Poolse Landbouw-Economisch Instituut promoveerde hij in 1962 in Amsterdam op een onderzoek naar de collectivisatie van de landbouw in de Volksrepubliek Polen tussen 1944 en 1960.

Michel van Hulten werkte als directeur van het urbanisatieproject van het plan Europa 2000 toen hij in 1971 lid werd van de Eerste Kamer voor de PPR, de partij die hij mede oprichtte. Het was overigens niet de eerste politieke partij waarvan hij lid was en het zou ook niet de laatste zijn.

Hij hield zijn maidenspeech op 18 januari 1972 bij een beleidsdebat over volkshuisvesting en ruimtelijke ordening. Van Hulten hield een vurig betoog over de woningnood, met grote metaforen: "De woningnood is een soort vagevuur waar vrijwel iedereen doorheen moet, een soort initiatierite. Sommigen bereiken de hemel daarna snel. Voor anderen is het een langdurige lijdensweg, een hel voor het leven." Hij vervolgde zijn betoog door erop te wijzen dat hijzelf en de andere senatoren erover praatten en luisterden zonder zelf woningnood te kennen en gaf aan dat er sprake was van een woningnood onder bepaalde groepen en dat die groepen woonsituaties aanvaardden en huurprijzen betaalden die geen normale Nederlander wenste op te brengen, aldus Michel van Hulten.

Hij vond dat er niet zozeer moest worden gesproken over hoeveel nieuwe woningen moesten worden gebouwd — dat was het onderwerp van het debat — maar dat er veel meer aandacht moest zijn voor de problematiek die hij als volgt benoemde: "Het zijn de kwesties van administratief recht, van vorming en scholing, van inkomensverdeling en van maatschappelijk onbegrip ten aanzien van buitenlanders en Surinamers en Antillianen."

Het waren onderwerpen die hem als sociaal geograaf én als politicus zijn leven lang bezighielden. Hij was dan maar anderhalf jaar lid van deze Kamer, maar hij zette zich vervolgens als Tweede Kamerlid, als staatssecretaris en als ontwikkelingswerker in onder meer Mali, Jemen en Maleisië in voor een betere wereld.

Van Hulten was van 1973 tot 1977 staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat en voerde in die periode onder andere de tachograaf in voor de controle van de rij- en rusttijden. Bovendien was hij een groot pleitbezorger van gratis openbaar vervoer.

Door zijn werk op veel plekken in de wereld was hij in aanraking gekomen met de ontwrichtende werking van corruptie in de samenleving. Vanuit die ervaring maakte hij zich ook sterk voor de bevordering van integriteit en goed bestuur.

Onze collega Martin van Rooijen kent hem nog als collega in het kabinet-Den Uyl. Tijdens hun meest recente reünie — opgetekend in NRC — vertelt Michel van Hulten dat hij in het eindstadium van zijn ziekte zit: "Alles wat me nu nog gegeven is, is een zegen. Toeval." Een maand later overlijdt hij. Op zijn rouwkaart staat: "Maar ik ben nog niet klaar!"

Dat ons respect voor zijn persoon en zijn verdiensten voor de samenleving en de Nederlandse parlementaire democratie tot steun mag zijn voor zijn familie en vrienden.

Ik verzoek eenieder om een moment stilte in acht te nemen.

(De aanwezigen nemen enkele ogenblikken stilte in acht.)

De voorzitter:

Dank u wel. Ik nodig u uit om de condoleances over te brengen aan de familie. Wij gaan rond 13.45 uur verder met de stemmingen. Let u daarbij op de stemmingsbel. Ik schors de vergadering tot 13.45 uur.

De vergadering wordt van 13.37 uur tot 13.45 uur geschorst.