Plenair Beukering bij behandeling Wet drempelverlaging omgang grootouders



Verslag van de vergadering van 10 maart 2026 (2025/2026 nr. 20)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 16.18 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Beukering i (Fractie-Beukering):

Voorzitter, dank u wel. Een speciaal welkom aan de staatssecretaris. Veel is al gezegd en vragen zijn gesteld. Ik heb mijn bijdrage daarom ook ingekort.

Vandaag behandelen we een voorstel dat op het eerste gezicht sympathiek oogt. Wie is er nou tegen warme banden tussen grootouders en kleinkinderen? Maar juist deze Kamer hoort door het sympathieke etiket heen te kijken, en niet op gevoel af te gaan, maar op rechtsstatelijke zorgvuldigheid, systematiek en de gevolgen in de praktijk. De kern van ons betoog is eenvoudig: de huidige wetgeving biedt al een zorgvuldige balans; die balans moeten we met de nieuwe wet minstens behouden en hopelijk verbeteren, maar dat zien we niet.

Voorzitter. Het begint met een simpele, maar wezenlijke vraag, die we vanmiddag al een paar keer hebben gehoord: welk probleem lossen we hier nu eigenlijk mee op? Wetgeving is geen symboolpolitiek. Als de praktijk laat zien dat de huidige ontvankelijkheidsdrempel zelden het knelpunt is, dan is de vraag welk probleem we hiermee eigenlijk wettelijk repareren. In de bestaande regeling geldt dat grootouders die omgang willen afdwingen, eerst moeten aantonen dat er sprake is van een nauwe persoonlijke band. Die eis vervult een cruciale functie: het is een filter, een bescherming tegen procedures. Door deze ingebouwde drempel blijft de rechter gereserveerd voor situaties waarin daadwerkelijk sprake is van een bestaande hechte band. Dat is geen onredelijke eis. Integendeel, het is een redelijke en minimale noodzakelijkheid.

Voorzitter. De huidige regeling beschermt ouders en kleinkinderen, en doet dat op twee manieren. Ten eerste beschermt zij de ouderlijke autonomie. De ouders dragen de primaire verantwoordelijkheid voor opvoeding, veiligheid en stabiliteit. Heel logisch en natuurlijk. Overheidsingrijpen in gezinsleven moet uitzonderlijk blijven en zeker niet laagdrempelig worden.

Ten tweede voorkomt de huidige regeling veelal onnodige juridisering en escalatie van familieconflicten. Hier raakt dit wetsvoorstel een heel gevoelig punt. Als wij de drempel verlagen, maken wij de gang naar de rechter veel eenvoudiger en aantrekkelijker. Wie de drempel verlaagt, verandert gedrag. Dit voorstel is niet neutraal. Het creëert mogelijk zelfs procedureprikkels volgens de Raad voor de rechtspraak. De gevolgen daarvan zijn niet abstract. Dit voorstel kan een conflict verbreden en juist dat is riskant in de familieverhoudingen. Het kind wordt mogelijk deel van een strijdtoneel. Kinderen hebben behoefte aan rust, stabiliteit en voorspelbaarheid en niet aan een rechtszaal als verlengstuk van een conflict tussen volwassenen.

Met dit wetsvoorstel verschuift de bewijslast. Waar degene die nu omgang verlangt moet onderbouwen dat er een nauwe band is, volstaat straks een wettelijk vermoeden. Daarmee wordt de drempel om te procederen lager en wordt de druk op ouders, en waarschijnlijk ook op ons Openbaar Ministerie, hoger. Dat is geen detail; dat is een principiële keuze. In ons recht geldt het uitgangspunt: wie vordert, bewijst. Dat is niet slechts techniek; dat is een waarborg tegen lichtvaardig procederen.

Het belang van het kind staat voorop en zo hoort dat. Daarom moeten wij juist terughoudend zijn met het openen van extra proceduremogelijkheden en het verlagen van juridische drempels in het gezin. Wie een juridische aanspreek wil afdwingen, moet kunnen onderbouwen waarom dat in het belang van het kind is. De bestaande regeling doet eigenlijk precies dat. Zij waarborgt zorgvuldigheid, beschermt ouderlijke verantwoordelijkheid en voorkomt lichtvaardige juridisering. Namens mijn fractie zeg ik daarom afsluitend: laten wij de zorgvuldigheid en rechtszekerheid voor kinderen minimaal behouden of verbeteren. Als dit wetsvoorstel dat niet doet, laten wij het dan in beginsel afwijzen. Tegelijkertijd zijn wij ook heel benieuwd naar de reflecties en antwoorden van de staatssecretaris.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Wenst een van de leden in de eerste termijn nog het woord? Dat is niet het geval.

Ik stel voor om te schorsen tot 18.00 uur. De commissie J&V vergadert aansluitend aan deze termijn, dus de leden van de commissie J&V kunnen direct door naar commissiekamer 1.

Ik schors tot 18.00 uur en daarna gaan we door met de eerste termijn van de kant van de regering.