Plenair Van den Oetelaar bij behandeling Wet transparantie en tegengaan ondermijning door maatschappelijke organisaties



Verslag van de vergadering van 17 maart 2026 (2025/2026 nr. 21)

Status: ongecorrigeerd

Aanvang: 17.42 uur

Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.


Bekijk de video van deze spreekbeurt

De heer Van den Oetelaar i (FVD):

Dank u wel, voorzitter, en dank aan de minister voor zijn aanwezigheid. Wat betekent ondermijning van de democratische rechtsstaat eigenlijk? Wat is die democratische rechtsstaat precies? Als ondermijning daarvan zulke ernstige gevolgen heeft, waarom ligt hier dan een wet die de nadruk legt op financiële transparantie in plaats van dat die ondermijning gewoon regelrecht verbiedt en bestraft? Volgens ons is de reden hiervoor dat het volstrekt onmogelijk is om nog enigszins houdbare definities en juridische kader op te stellen voor wat we hier vandaag bespreken. Neem alleen al het woord ondermijning. Dat omvat een enorme waaier aan activiteiten die enerzijds schadelijk zouden kunnen zijn, maar anderzijds grotendeels beschermd worden door de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van ondernemen en de vrijheid van vereniging. Wat vandaag voorligt, treedt die grondrechten dus ook met voeten, ook al gaat het niet om een direct verbod. We zijn als overheid op een glijdende schaal beland. Dat hebben we tijdens de coronaperiode maar al te goed gevoeld. Het zal niemand verbazen dat we vandaag een wet bespreken die al in november 2020 is voorgesteld. Waarom is deze wet eigenlijk nog niet ingetrokken? Vorig jaar is de Wet bestuurlijk verbod ondermijnende organisaties hier met de grond gelijkgemaakt. Waarom bespreken we dit vandaag dan helemaal opnieuw? Waarom is deze wet niet ingetrokken of in ieder geval niet in stemming gebracht zodat we deze maanden geleden al hadden kunnen verwerpen?

Voorzitter. Voor het merendeel van de inhoudelijke bezwaren tegen deze wet, verwijs ik naar de bespreking van mei vorig jaar. Vandaag richt onze fractie zich op het subtiele maar cruciale verschil tussen deze en die eerdere wet: de indirecte aanpak. Donateurs worden daardoor onder andere geraakt. Waarom is dat belangrijk? Waarom maakt juist de indirecte benadering dat deze wet vandaag wel een kans zou maken om erdoor te komen?

Voorzitter. Ik wil met de Kamer het volgende gedachte-experiment doen. Stel dat we deze transparantie-eis toepassen op de donateurs van Extinction Rebellion, een organisatie die zich zou inzetten voor klimaatacties. Hun donateurs zijn dan wellicht progressieve ondernemers, wetenschappers of burgers met een mening die in brede lagen van de samenleving als acceptabel wordt gezien. Het is misschien radicaal, maar gericht op een urgent maatschappelijk probleem als klimaatverandering. Zouden consumenten massaal afhaken bij die ondernemers? Waarschijnlijk niet. De publieke opinie zou hen eerder als visionairs bestempelen dan als ondermijners. Sterker nog, de organisatie zou er waarschijnlijk zelfs meer steun door krijgen, omdat transparantie hun legitimiteit juist versterkt.

Voorzitter. Maar nu de keerzijde. Stel dat we dezelfde lens richten op een organisatie die de andere kant van het politieke spectrum beslaat, bijvoorbeeld een conservatieve groepering die kritiek uit op immigratiebeleid of pleit voor strenge grenzen. Hun donateurs, misschien ondernemers uit de landbouwsector of burgers met traditionele waarden, zouden plotseling blootstaan aan een golf van boycots, social media shaming en reputatieschade. In de huidige gepolariseerde samenleving zou de publieke opinie hen al snel labelen als extreemrechts of haatzaaiend, zelfs als hun activiteiten volledig vreedzaam en binnen de wet blijven. Het resultaat? De organisatie droogt op, niet door een direct verbod, maar door indirecte druk via financiële transparantie.

Hier zien we de dubbele standaard. Ik doel op transparantie als wapen dat selectief wordt ingezet, afhankelijk van de politieke kleur en de subjectieve interpretatie van ondermijning. Wat voor de een een nobel streven is, is voor de ander een bedreiging voor de democratische rechtsstaat. Deze wet creëert dus geen gelijkheid, maar een glijdende schaal naar censuur via de achterdeur.

Wij erkennen dat de wet na de aangenomen amendementen in de Tweede Kamer milder is geworden. Er is geen algemene openbaarmaking van donateurs meer, er geldt een drempel van €15.000 voor informatieverzoeken en er komen geen nieuwe administratieve plichten bij. Toch blijven de kernproblemen overeind. Denk aan het chilling effect op donateurs die vrezen voor reputatieschade of stigmatisering en de inherent subjectieve toepassing van wat ondermijning precies inhoudt. Dat risico op selectieve druk en misbruik verandert niet door deze aanpassingen.

Voorzitter. Dit brengt mij bij de kern van onze zorgen: de uiterst subjectieve aard van de activiteiten die als ondermijnend worden bestempeld. Haat zaaien, angst verspreiden, desinformatie verspreiden en demoniseren zijn termen die ernstig klinken, maar in de praktijk vaag en sterk afhankelijk van de interpretatie zijn. Demonisering is iets waar iedere parlementariër helaas min of meer mee te maken krijgt, maar wat vaak niet aan één enkele organisatie toe te schrijven is. Wie bepaalt wat haatzaaien is? Is dat kritiek op overheidsbeleid of het verspreiden van angst? Is een afwijkende mening desinformatie? Heeft onze eigen partij in de aanloop naar de verkiezingen van morgen niet een forse demoniseringscampagne ondergaan? Is het niet juist veelzeggend dat ik hier als senator van die partij de vrijheid van eenieder verdedig om daaraan bij te dragen, al is het maar vanuit het oogpunt van juridische houdbaarheid?

Ik vraag de minister: ziet u niet in dat het kwalificeren van deze niet-gewelddadige activiteiten als ondermijnend juist vanwege het subjectieve karakter een opmaat is naar een ministerie van waarheid, een instantie waarin de overheid beslist wat waar is en wat niet, waarmee de vrijheid van meningsuiting wordt uitgehold? Hoe voorkomt u dat deze wet wordt misbruikt om ongewenste stemmen het zwijgen op te leggen in plaats van dat echte bedreigingen ermee worden aangepakt?

Voorzitter. Onze fractie is van mening dat deze wet een gevaarlijke inbreuk vormt op onze grondrechten en dat het een recept is voor willekeur. Ik roep de Kamer dan ook op tegen deze wet te stemmen. Laten we de democratische rechtsstaat beschermen door haar niet te ondermijnen met vage, indirecte maatregelen.

Dank u wel.

De voorzitter:

Dank u wel. Dan geef ik tot slot graag het woord aan de heer Beukering van de Fractie-Beukering.