Verslag van de vergadering van 24 maart 2026 (2025/2026 nr. 22)
Status: ongecorrigeerd
Aanvang: 14.12 uur
Een verslag met de status "ongecorrigeerd" is niet voor citaten en er kan geen recht aan ontleend worden.
De heer Van Kesteren i (PVV):
Dank u wel, voorzitter. Dit wetsvoorstel is weer een product van Europees contraproductief klimaatbeleid dat via nationale wetgeving wordt afgedwongen. Bij de implementatie van de RED III-richtlijn worden brandstofleveranciers verplicht om een steeds groter aandeel hernieuwbare energie in de vervoerssector te realiseren om daarmee de reductie van broeikasemissies in de transportsector te vergroten. In theorie moet dat leiden tot minder uitstoot en dat zou dan weer bijdragen aan het terugdringen van fossiele brandstoffen en het behalen van de Europese klimaatdoelstelling van klimaatneutraliteit in 2050. Voor de grote Nederlandse transport- en raffinagesector zal dit beleid echter leiden tot hogere brandstofprijzen en hogere kosten voor automobilisten, transportbedrijven en ondernemers, verlies van concurrentiekracht en uiteindelijk tot tanktoerisme bij onze buurlanden. Een voorbeeld van klimaatbeleid dat in de regel leidt tot het tegenovergestelde resultaat van wat men ermee beoogt.
Voorzitter. Hoewel alle EU-lidstaten aan de zogenaamde RED III-richtlijn zullen moeten voldoen, kan de impact voor Nederland toch groter zijn vanwege onze doorvoer vanuit het havengebied door de binnenvaart- en omvangrijke vrachtverkeersector. Nederland heeft een grote transport- en logistieke sector en is bovendien een belangrijk raffinage- en brandstofknooppunt. Juist daardoor raken deze verplichtingen onze economie harder dan die in veel andere EU-lidstaten. Onze omvangrijke logistieke sector heeft een hoog energieverbruik. Extra verplichtingen voor CO2-reductie en bijmenging werken dan ook kostenverhogend voor de Nederlandse brandstofleveranciers en die kosten zullen uiteindelijk weer worden doorberekend aan de afnemers.
Veel automobilisten wijken nu al uit naar buurlanden, omdat zij daar betaalbaar kunnen tanken. De transportsector volgt dat voorbeeld inmiddels ook al. Het tank- en boodschappentoerisme floreert nu al en dat heeft rampzalige gevolgen voor onze economie, onze concurrentiepositie en uiteindelijk ook de accijnsinkomsten. Wederom de constatering dat het huidige klimaatbeleid leidt tot het tegenovergestelde resultaat van wat men ermee beoogt.
Het voorliggende wetsvoorstel leidt tot nóg hogere brandstofkosten voor huishoudens, brandstofleveranciers, het mkb en ondernemers in de transportbranche. Onze vraag is dan ook of de staatssecretaris zich de impact realiseert van het voorliggende wetsvoorstel voor huishoudens, brandstofleveranciers, het mkb en de ondernemers in de transportbranche. Kan de staatssecretaris dat bevestigen en aangeven wat zij voornemens is te gaan doen aan dat probleem? Zo nee, waarom huldigt zij hierover een ander standpunt en waarom zijn eventuele maatregelen vooralsnog niet aan de orde?
Voorzitter. Nederland zal met dit klimaatbeleid, zo is onze inschatting, vooroplopen in de uitvoering en handhaving van het Europese klimaatbeleid. De PVV opteert voor minder EU-klimaatdwang. De PVV vindt uitvoering van het EU-klimaatbeleid onverstandig, omdat met name de Nederlandse industrie en de Nederlandse transportsector daarvan aanzienlijke schade zullen ondervinden. Dat zal vervolgens een domino-effect hebben op de werkgelegenheid en uiteindelijk op de besteedbare inkomens van de Nederlanders. Onze volgende vraag is dan ook of de staatssecretaris kan aangeven wat voor effect dit wetsvoorstel concreet heeft op de brandstofprijzen in Nederland tot 2030, boven op de extreem hoge brandstofprijzen die nu al werkelijkheid zijn. Is de staatssecretaris, het kabinet, zo u wilt, bereid om enige terughoudendheid te betrachten met betrekking tot de implementatie van de RED III-richtlijn?
De vraag is dus niet alleen of we aan Europese regels moeten voldoen, maar ook hoe verstandig het is om deze regels zo strak en zonder maximale flexibiliteit te implementeren. Wat de PVV betreft mogen de Nederlandse transportsector en de automobilist niet opnieuw de rekening gepresenteerd krijgen van Brusselse klimaatambities waarvan het effect op de wereldwijde uitstoot hoogst onzeker is. De PVV pleit er daarom bij het kabinet voor om nationale uitzonderingen te maken of om lagere doelstellingen in acht te nemen die Europese richtlijnen toestaan. Concreet wil de PVV, als het even kan, dus geen nationale koppen op EU-regelgeving, maar minimale uitvoering van Europese regelgeving met betrekking tot de borging van het gelijke speelveld wat betreft betaalbaarheid en concurrentiekracht. De derde vraag die wij aan de staatssecretaris willen stellen, is dan ook of zij kan aangeven of dit kabinet daadwerkelijk kiest voor een strengere implementatie dan andere EU-lidstaten. Zal Nederland gebruikmaken van de zogenaamde "flexibiliteitsopties" die de RED III-richtlijn biedt?
Voorzitter. De PVV-fractie wil van de minister graag helderheid over de kosten, de concurrentiepositie van onze transport- en raffinagesector en de verwachte grenseffecten. We hebben hier dan ook een aantal vragen over. Kan de staatssecretaris exact aangeven wat zij zal ondernemen om de verwachte extra kosten per liter brandstof voor automobilisten en transportbedrijven door de implementatie van de RED III-richtlijn binnen de perken te houden? Is het kabinet bekend met de explosieve toename van het zogenaamde tank- en boodschappentoerisme naar Duitsland en België als gevolg van zowel nationale regelgeving als EU-regelgeving, in dit geval vanwege de implementatie van de RED III-richtlijn? Wordt er door dit kabinet gewerkt aan een adequate oplossing voor dit probleem? Kan de staatssecretaris aangeven wat dit wetsvoorstel betekent voor de concurrentiepositie van de Rotterdamse raffinagesector? Kan de staatssecretaris aantonen dat deze maatregelen daadwerkelijk meetbare CO2-reductie opleveren in plaats van slechts administratieve verschuivingen in de brandstofketens?
Voorzitter. Klimaatbeleid dat vooral leidt tot hogere lasten voor Nederlanders en economische schade zonder aantoonbaar wereldwijd effect, verdient wat ons betreft een zeer kritische beoordeling. De PVV hoopt dan ook dat dit kabinet op adequate en realistische wijze maatregelen zal nemen die de raffinage- en energiesector en brandstofleveranciers ontzien en de kosten van brandstof voor de industrie, het mkb, de transportsector en huishoudens aanzienlijk omlaag kunnen brengen, waardoor de enorme toename van het tank- en boodschappentoerisme naar onze buurlanden vanzelf zal afnemen. Onze vragen aan de staatssecretaris, zo u wilt het kabinet, zijn daarop gebaseerd.
Tot zover in de eerste termijn. Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik graag het woord aan mevrouw Visseren-Hamakers van de Fractie-Visseren-Hamakers.